Een groot aantal jaren (1980-1990) heb ik voor het ministerie van CRM/VWS door het land gereisd. Zelfs het buitenland (België, Duitsland) werd niet gemeden. De opdracht die ik meekreeg was de sportwereld te overtuigen van het nut en de noodzaak van het aanstellen van een beroepskracht. Maar hoe goed de bedoelingen ook waren, wie betaalt zoiets? De vaak armlastige verenigingen? De (regionale) bonden? Ik praatte me soms de blaren op de tong.

Een moeilijk verhaal. Het verhaal van de STK-functionaris. Geen gewone trainer, maar de sporttechnisch opgeleide jonge man of vrouw, die meer moest kunnen dan alleen maar training geven. Iemand die een takenpakket had met ook (bestuurs- of commissie) ondersteunende taken. Managementtaken dus. Gemakkelijker gezegd dan gedaan.
Op het ministerie werd volop gesleuteld aan een profiel. Werkt het wel of niet? We gingen aan de slag. We namen een bescheiden zakje met geld mee. Subsidie zogezegd. En wat mooi was: structureel geld!
Tenminste dat werd ons verteld. Een mooi aantal verenigingen en bonden hapte toe. Ook verenigingen in Drenthe. Sudosa/Desto, ACV, UDI, Sc Bartje. Zij hadden natuurlijk ook een link met de DSF/SportDrenthe. Van daaruit werd ook begeleiding gerealiseerd. En niet zonder succes. De verenigingen met een STK’er toonden zich vaak content. Bestuursleden werden ontlast en technisch vrijwillig kader profiteerde van de kennis van de beroepskracht.
Het STK-profiel leek aan te slaan.

Een behoorlijk aantal jaren ging het goed. Totdat men op het ministerie ineens tot de conclusie kwam dat het moment was gekomen om het STK-geld voor iets anders te gebruiken. Voor het betaald voetbal bijvoorbeeld. Hoezo structureel geld?
Ik was verbijsterd. Hoe kon men er zomaar toe komen om verenigingen en bonden in de problemen te brengen. Die konden niet anders dan hun STK’er ontslaan wegens wegvallende financiële middelen.
Maar het kon blijkbaar, structureel is kennelijk niet structureel. Weg STK-beleid. De gang naar de Raad van State door enkele verenigingen zette ook geen zoden aan de dijk. In Drenthe slaagde alleen Sudosa/Desto erin om de STK’er te behouden. En met succes!
Na enige tijd werd er over het STK-beleid nog nauwelijks gepraat. We gingen over tot de orde van de dag. Een illusie armer! Schrale troost is dat SportDrenthe nu kan profiteren van zogenaamde combifunctionarissen, wier profiel verwantschap heeft met dat van de STK’er.

Ook bij het aangepast georganiseerd sporten wordt de mindere aandacht als een gemis gevoeld. Dat merkte ik wel toen ik voor de DSF/SportDrenthe veel over de vloer kwam bij verenigingen. Toenmalige binding voor die clubs was het contact met de DSF/SportDrenthe. Ik heb het gevoel dat die binding is verminderd. Reguliere sportbonden hebben zich nu voor een groot deel over het aangepast sporten ontfermd. Natuurlijk besteedt men bij SportDrenthe nog steeds volop aandacht aan sport voor mensen met een beperking. Alleen in een andere vorm. Ik mis wel eens de mooie (inter)nationale initiatieven, zoals we die hadden in bv. 1990, 2003 en 2006. Mede dankzij SportDrenthe (vh de Drentse Sport Federatie).
Komen ze nog terug? Ik hoop het van harte. Al was het alleen maar voor de clubs.
Je kunt wat meemaken in 50 jaar Sport(raad) in Drenthe!

Jan Heiting