Sporten en wat er mee te maken heeft is tijdloos, maar verandert wel. Toen ik een klein jongentje was, speelden we buiten op straat. Daarna ging je naar een sportvereniging. Er was ook niet veel anders. Ik wilde zo vroeg mogelijk naar een vereniging, maar dat kon pas vanaf 10 jaar. Gelukkig veranderden er toen ook al regels en mocht ik als eerste jongen in Assen al op 8 jarige leeftijd gaan voetballen bij Achilles 1894.
Ik voelde mij direct thuis. Niet zo raar ook. Voetbal was mijn lust en mijn leven en mijn ouders waren ook bijna continu bij de club aanwezig. Mijn vader was een tijd penningmeester en daarna als vrijwilliger betrokken bij de club. Mijn moeder deed nauwelijks voor hem onder en draaide regelmatig bardiensten. Vrijwilligerswerk hoorde erbij en had een status in de club en bij de leden. Er werd naar hen geluisterd en samengewerkt. Ik vergeet nooit dat mijn moeder Harry Muskee, jawel van Cuby and the Blizzards, verbood nog een biertje te bestellen en stuurde hem naar huis: “Je hebt genoeg gehad en het wordt tijd om naar huis te gaan”. Harry keek mijn moeder even aan, zei dat ze gelijk had en ging zonder problemen naar huis. De vereniging was een familie.

Dat ik daarna ben gaan werken in de sport was dan ook geen verrassing. Bij de toenmalige Sportraad Drenthe begon ik 40 jaar geleden me bezig te houden met de kaderproblematiek in de vereniging en verenigingsondersteuning. Ik voelde me als een vis in het water. Veel op bezoek bij verenigingen, praten met besturen en commissies en proberen op allerlei terreinen hulp te bieden. Wel moest je rekening houden dat het lange avonden werden en dat niet alles snel geregeld kon worden. Je moest interesse en aandacht hebben voor het wel en wee van de vrijwilliger. Zelfs een keer meer dan een uur meepraten over de nieuwe gordijnen van de buurvrouw van de secretaris van een gymnastiek vereniging in Ruinerwold.

Rustig aan, dan breekt het lijntje niet. Het verenigingsleven ontwikkelde zich desondanks steeds verder en ook de kwaliteit van de vrijwilligers werd beter en beter. Toch is niet alles rozengeur en maneschijn. De vereniging verandert. Verdergaande individualisering, de ontwikkeling van de sociale media en het steeds groter wordende aanbod van activiteiten heeft enorme invloed op de sportvereniging en de vrijwilliger. Ik merkte steeds meer in mijn werk en nu nog steeds dat het wij-gevoel aan het verdwijnen is. Ook in de vereniging is sport het product dat moet worden verkocht, zonder echt rekening te houden met de mens/de sporter. Het is dan ook geen wonder dat het steeds moeilijker wordt om vrijwilligers te vinden die zich met hart en ziel willen inzetten voor hun club. De familie bestaat niet meer.

“Als ik iets wil, bepaal ik het zelf en anders betaal ik er wel voor. Ik wil dus een biertje en ga nog niet naar huis. Punt uit! “

Gerard de Roo