Er zijn niet veel mensen die kunnen zeggen dat ze in ‘t Haantje geboren zijn. Ik wel. En ik ben daar best trots op. Zonder specifieke reden overigens, want ik heb maar twee jaar in ‘t Haantje gewoond en wat nu precies de onderscheidende factor is van borelingen uit ‘t Haantje weet ik ook niet precies. Behalve dus dat er niet veel van zijn.

Daar dacht ik aan, toen ik twee jaar geleden op het podium van het nieuwe Atlastheater in Emmen het vernieuwde Sportgala van Drenthe mocht openen. En aan hoe bijzonder ik het vond dat ik daar, op nog geen zeven kilometer van mijn geboortehuis, het feest van sporten in Drenthe mocht presenteren. Wie had dat gedacht.

Volleybal was altijd mijn sport. Als kind begon ik bij de club van Jerine Fleurke en Wytze Kooistra – want we woonden inmiddels in Sleen. In dat dorp kozen de kinderen voor voetbal of voor volleybal. Andere sporten werden minder beoefend, want je moest er verder voor weg, of de beleving bij die sporten was minder groot. Grappig hoe de cultuur van je dorp je sportcarrière bepaalt, heb ik later vaak gedacht.

Ik kijk er met niets anders dan positieve gevoelens op terug. Sleen had een superfanatieke volleybalclub, en eigenlijk, heb ik later geconstateerd, denk ik dat je daar mijn topsport-mentaliteit al boven zag komen. Op mijn vijftiende speelde ik al in het eerste damesteam, toch wel een van de betere teams uit de regio, en ik vond het geweldig. De tribune vol, de spanning van de wedstrijden, en dat ik niet met mijn teamgenoten kon meepraten over nieuwe keukens of pasgeboren kinderen maakte me niet zo heel veel uit.

Uiteindelijk bleek ik voor volleybal niet getalenteerd genoeg. Niet lang genoeg, maar vooral niet goed genoeg. Ik stopte toen ik begin twintig was en heb lange tijd niet meer gedaan dan af en toe een rondje hardlopen. En ineens, voor mijn gevoel, stond ik weer aan de start van een sportwedstrijd in Sleen. De befaamde trainingsklassieker, de wielerwedstrijd over de Broeklanden, een van mijn allereerste wielerkoersen ooit.

De fietscultuur die ik daar plots zag, de mensen uit Sleen die zich blijkbaar al die jaren met wielrennen hadden beziggehouden terwijl ik volleybalde; ik had er geen idee van. Maar ze waren er, op de wegen die ik zo goed kende maar nooit met een koers had geassocieerd. Wat een ontdekking!

Een paar jaar later startte het Nederlands kampioenschap tijdrijden in de Dierentuin. Dat startpodium alleen al, vlak voor de savanne met giraffes en neushoorns waar ik als kind talloze keren naar had staan kijken; het had iets magisch voor mij. De route liep richting Noord-Sleen, langs het Bosbad en voorbij mijn geboortehuis. Weer die overbekende wegen. Mensen van vroeger langs de kant. Het gaf me een klein beetje vleugels; ik finishte als achtste in het centrum van Emmen.

Daar dacht ik aan, op het moment dat de microfoon open ging en ik mocht gaan praten, twee jaar geleden in het Atlastheater. Ik heb er toen ook wat over verteld. Wat, dat herinner ik me niet meer precies. Maar ik weet nog goed dat ik dacht, daar, op dat moment: wat is dit mooi. Veel ronder kan een cirkel echt niet zijn.

Marijn de Vries