Voor een gezond leven is bewegen van groot belang. Niet alleen voor een fit lichaam maar ook voor een heldere geest. Dat geldt voor jong en oud, voor validen en mindervaliden, voor man en vrouw.

Kortom het is een maatschappelijk belang dat sportief bezig zijn wordt gestimuleerd en onderhouden. De grootste stimulans gaat uit van bewegen, sporten in een groep. Dat kan als invulling van je vrije tijd op het moment dat je het beste uit komt. Maar natuurlijk ook in wedstrijdvorm. Het sportbeleid van de overheid onderscheid diverse vormen. Topsport, breedtesport en gehandicaptensport. Dat was in de tijd dat ik in Drenthe gedeputeerde sport was en dat is nog steeds zo.

Topsporters hebben vaak een voorbeeldfunctie. Zij stimuleren met name jongeren om aan een bepaalde sport te gaan deelnemen. Maar niet alleen dat. Voetballers van Eredivisieclubs worden bijvoorbeeld ook gevraagd om als ‘leesambassadeur’ jongeren te stimuleren meer te lezen. Biblionet Groningen heeft dat met succes uitgevoerd.
Breedtesport richt zich op alle mensen die sportief willen bewegen. Omdat dat zij dit prettig vinden, goed is voor hun gezondheid of zich er gewoon goed door voelen.
Voor deze beide categorieën zijn zowel commerciële partijen als ook de overheid in beeld om de nodige faciliteiten te realiseren. Voorwaarden scheppend beleid dus.

In de jaren negentig van de vorige eeuw was er steeds meer aandacht voor gehandicaptensport (zoals dat toen genoemd werd). Er waren diverse categorale sportclubs voor gehandicapten, bijvoorbeeld zwemclubs en paardrijden voor gehandicapten. Er was echter sprake van versnippering. In de loop van de jaren groeide het besef dat bundeling en samenwerking van groot belang was om over voldoende middelen en (sporttechnisch-)kader te kunnen beschikken. Met als resultaat dat de NEBAS is ontstaan voor een gecoördineerde ondersteuning en een sterkere positie om invloed te hebben op het overheidsbeleid.

In die zelfde periode was er sprake van een grote bezuinigingsslag vanuit met name het ministerie van VWS. Ook de provincie ondervond daarvan de gevolgen. En daar waar de sport ook werd getroffen door bezuinigingen bleef het budget voor de gehandicaptensport redelijk op peil.
In de loop van de jaren is ook in de samenleving steeds meer begrip gegroeid voor het belang van sport en bewegen voor mensen met een beperking (een benaming die gelukkig steeds meer wordt gebruikt). Meerdere sportclubs enz. hebben een afdeling voor deze sporters op gezet. De acceptatie en integratie is gemeengoed geworden.

Een mooi voorbeeld daarvan vind ik (als oud-burgemeester van Stadskanaal) de Nelli Cooman Games. Dit jaarlijks evenement waar zowel valide (vooral jongeren) als mindervalide sporters aan deelnemen. Dat is letterlijk Samen Sporten!

En SportDrenthe (en zijn voorgangers) hebben aan dit sportbeleid een grote bijdrage geleverd. Daarom: veel succes en voldoening voor de komende jaren (50?).

Jur J. Stavast