Vroeger, ja vroeger, inmiddels behoor ik ook tot de categorie vroeger, had ik één ‘vuurtoren’, hooguit twee ‘beugelbekken’, één ‘kras op de plaat’, dat was ik en één ‘dikzakje’ in de klas.

Het dagje avonturenpark Hellendoorn vandaag met vrouwlief en oudste dochter was er één vol plezier met een rouw vetrandje. Waar de ‘dikzakjes’ vroeger op één hand te tellen waren moest je vandaag een telraam meenemen. Let wel, ik heb niets tegen dikzakjes, wel tegen familie dikzakjes die om 11 uur in de ochtend het eerste broodje hamburger naar binnen schuiven waarna de gang, meestal op crocs, wordt voortgezet naar de ijssalon omdat er niet afgeweken mag worden van de thuissituatie. Terwijl ik drie kwartier in de rij voor de wildwaterbaan alle tijd had om mijn tijd te doden met het tellen van dikzakjes kwam ik tot de conclusie dat zeven van de tien mensen kampen met overtollig vet. Een treurige conclusie van iemand die al zeker twintig jaar in de sport werkt en zich dagelijks druk moet maken over de gezondheidswinst van mensen. Ik wil niet roomser zijn dan de Paus maar zou wel graag het verlossende antwoord willen op de vragen hoe wij aan gezondheid kunnen winnen in een maatschappij waar miljarden verdiend wordt aan ongezond voedsel vol vet en vooral suiker, in een maatschappij waar de bewegingsarmoede alleen maar toe zal nemen omdat de digitale ontwikkeling zal winnen van het basale bewegingsonderwijs, buiten spelen en verenigings-sport. We worden aartslui…

Als ik bij het naar buiten gaan een rokende man in het tot ‘rookvrij’ benoemde avonturenpark attendeer op dit feit word ik vriendelijk verzocht mijn bek te houden. Was vroeger nou alles beter?

Vincent Mooi